maandag 2 maart 2015

Fietstocht

Je bent onderweg naar huis. De gebouwen zijn geen obstakels maar vriendelijke vaders. Een
stel hangt tegen de muur alsof alle muren  van de wereld niet genoeg zijn voor deze twee
tegen de muur. Je vraagt je af hoe het kan dat bladeren vallen, maar nooit op je hoofd, of
kauwgom plakt, maar nooit aan je wiel. Elke keer dat je ingehaald wordt zie je het profiel van 
een kennis, de mensen hijgen en wapperen zwijgend in de wind,
je bent onderweg naar huis en er is niemand die jou kent.

Er ontstaat een samenscholing bij de oversteek, het stoplicht aarzelt of het groen of rood wil
zijn. Jij bent de enige die staan blijft, ook een stoplicht weet hoe hij moet buitensluiten. Zelfs
de teckel rent te snel voor zijn poten met het baasje mee. Het is vreemd
zo’n hond weet meteen achter wie hij aan moet lopen.

Je bent onderweg naar huis en niemand vraagt hoe laat het is of waar je bestemming ligt.
Thuis, zeg je, in een hoofd waar het nooit stil is, willen gemetselde muren zich voortplanten
en kunnen dieren praten. Je weet dat het niet waar is maar je kunt het niet laten. En je weet
wel dat steen en en gruis geen familie zijn,  geen bloedband die je kunt lenen, niet stroomt door
de bakstenen muren: je bent een wees en onderweg naar huis. Daar zijn er zes om tegenaan te
kijken, ze omsluiten je idee├źn als een hoofd met een prijs.
En voor de mensen die met je praten willen wapper je
hijgend en zwijgend in de wind.

maandag 23 februari 2015

''Misschien werd het tijd om naar huis te gaan. Nachtmerrie was te veel gezegd, maar het was toch wel een droom waaruit ik wakker wilde worden. Probleem was alleen dat ik al tijden het gevoel had dat leven iets was waaruit je wakker moest worden.''

Uit: Fantoompijn - Arnon Grunberg

woensdag 28 januari 2015

Stad

Graffiti wordt door de gemeente van de muur gekrabd
   mensen slingeren haastig door de stad
altijd te laat omdat het spoor van iemand anders is.
   Als we aan de kern ontsnappen vertellen buitenwijken
een ander verhaal. Het hart zien we terug in foto´s.
   Mensen spreken luid in trams omdat niemand hen verstaat,
papier hoopt zich op als de veestapel.
   Niemand wil geloven dat ik student ben
omdat ik geen pas heb. De straten zijn breed
   zo kan iedereen elkaar ontlopen, ademen
de hoogte van gebouwen
   enkel om de hemel te benadrukken
Het is goed zo. De mensen zijn schoon
   en in orde, bouwen een stad
en rijden, het goede in de mensen
   zien wij in slagboom, spoorkaart, loket:
stilstaan op een slingerend pad.
   Een toerist wijst naar de stad
maar er is geen stad, er wordt graffiti
   van de muur gekrabd, mensen vertragen
haastig door de stad, altijd te laat
   omdat het spoor van iemand anders is.