''Misschien werd het tijd om naar huis te gaan. Nachtmerrie was te veel gezegd, maar het was toch wel een droom waaruit ik wakker wilde worden. Probleem was alleen dat ik al tijden het gevoel had dat leven iets was waaruit je wakker moest worden.''
Uit: Fantoompijn - Arnon Grunberg
maandag 23 februari 2015
woensdag 28 januari 2015
Stad
Graffiti wordt door de gemeente van de muur gekrabd
mensen slingeren
haastig door de stad
altijd te laat omdat het spoor van iemand anders is.
Als we aan de kern
ontsnappen vertellen buitenwijken
een ander verhaal. Het hart zien we terug in foto´s.
Mensen spreken luid
in trams omdat niemand hen verstaat,
papier hoopt zich op als de veestapel.
Niemand wil geloven
dat ik student ben
omdat ik geen pas heb. De straten zijn breed
zo kan iedereen
elkaar ontlopen, ademen
de hoogte van gebouwen
enkel om de hemel
te benadrukken
Het is goed zo. De mensen zijn schoon
en in orde, bouwen
een stad
en rijden, het goede in de mensen
zien wij in
slagboom, spoorkaart, loket:
stilstaan op een slingerend pad.
Een toerist wijst
naar de stad
maar er is geen stad, er wordt graffiti
van de muur
gekrabd, mensen vertragen
haastig door de stad, altijd te laat
omdat het spoor van iemand anders is.
omdat het spoor van iemand anders is.
dinsdag 2 december 2014
Hij
dacht, als je vijfenveertig bent hoor je toch getrouwd te zijn. Als je dan nog
niet getrouwd bent komt er niets meer van.
Toen
was hij in bed met de hele wereld, met alle mensen. Maar het was wel een
bedompte ruimte. Het rook naar ontlasting en de lakens van het bed waren zo
groezelig.
Hij
lag naast zijn vrouw. Maar die was helemaal aangekleed, met een blauw
mantelpakje. Hij drukte zich tegen haar rug zodat haar billen in zijn schoot
waren. Het was wel een fijne vrouw. Een beetje dik, maar dat vond hij juist
goed. Ze moest zich wel uitkleden, anders was hij nog niet getrouwd. Als ik nu
getrouwd ben, dacht hij, is alles toch nog in orde gekomen. Het had wel lang
geduurd. Toen hij zestien was had zijn tante al gevraagd waarom hij geen werk
van een meisje maakte. Dat deden immers alle jongens van zijn leeftijd. Daar
had hij maar geen antwoord op gegeven, want dan had hij immers de andere dingen
ook moeten vertellen, en zulke dingen vertel je niet. Dat zou onbehoorlijk
zijn, of wat nog erger was, gek.
Zijn
vrouw had haar hoofd omgedraaid, en ze keek hem nu aan. Ze had een lief
gezicht. Het leek wel of zij zich ergens voor schaamde. Ze zei, ‘Je moet weten
dat ik twee baarmoeders heb.’ Dat was het dus. Ze had twee baarmoeders en
daarom lag ze bij hem. Het kon ook niet anders.
Waarom zou een vrouw bij hem liggen als alles goed was.
‘Ik
kan er niets aan doen,’ zei de vrouw weer. ‘Het is mijn schuld niet. Het komt
omdat ik geopereerd ben. De dokters zeggen dat ik er niets aan kan doen.’
Hij
dacht, de dokters kunnen zoveel zeggen. En wie bewijst dat ze het echt gezegd
hebben? Ik ben toch niet verplicht met een vrouw getrouwd te zijn die twee
baarmoeders heeft.
Aan
de andere kant moest hij ook niet te lastig zijn. Als je vijfenveertig bent kun
je niet verwachten een vrouw te krijgen die helemaal goed is. En er zijn zoveel
andere dingen, als samen eten en drinken. Bovendien lag hij nu met haar in bed.
Het was dus ook een beetje zijn schuld. Als hij nu niet wilde zou het zijn
alsof hij haar verstootte om haar gebrek.
Dat
voelde zij zeker ook zo want zij lachte, een beetje bang, eigenlijk onderdanig.
Het was toch jammer van die baarmoeders. Ze was helemaal de vrouw waarvan hij
altijd zo wonderbaarlijk gedroomd had dat het zijn hele leven bepaald had.
Zelfs de stof van haar blauwe mantelpak klopte met de werkelijkheid. Maar hij
zag die twee baarmoeders zo duidelijk voor zich. Het was als een schilderij van
Picasso. Gek dat de mensen dat mooi vinden. Het is zeer afstotelijk.'
Jan Arends - Ik had een strohoed en een wandelstok. (Gekregen op mijn verjaardag)
woensdag 19 november 2014
Laten we in godsnaam ophouden over de geuren.
Er zit een stel autisten op een bankje
brood te eten
straks raak ik ze aan en dan geven ze licht.
De natuur is als doorzichtig tape
op onze ogen,
fluitend begroeten we eekhoorns
als vrienden, bedelaars
heb je hier niet.
Geen ruit om in te slaan,
geen lichaam om te mollen
we kennen de regels:
we sparen zegels en
niemand maakt elkaar af.
In dit bos is onschuld
eenzaamheid.
Laten we in godsnaam
onze hand bezeren
aan een handdruk.
Ik wil de wereld openbreken
met een bijl.
maandag 10 november 2014
September
Ik ga een plant kopen
en in een kooi zetten.
De zomer in mijn haren wassen,
bladeren oprapen die weer naar binnen waaien.
Ik ga de dagen tellen
ik ga de dagen niet tellen
ik ga wachten tot de dagen geteld zijn.
Ik ga lopen en kijken
naar mijn handen
die groen en naar modder ruiken.
dinsdag 7 oktober 2014
Afstand
Op deze heuvel van beton
gooi ik stenen naar de mensen.
Als beloning geef jij
een hand vol keien
die ik niet aan kan nemen.
Als ik aan mijn hand klauw,
brokkelt hij af.
Ik geef je een aai en jij
metselt hem in.
Zo zijn we samen.
We zitten het vlees uit,
en de woorden die stoten.
In de verte staat een muur
om onze wang
tegenaan te leggen.donderdag 4 september 2014
Het is half elf. Ik ben sinds tien uur aan het leren. Ik heb besloten niet naar mijn college te gaan, zodat ik wat huiswerk kan inhalen.
Ik houd een pauze, wat betekent dat ik op youtube ga kijken.
Het is half twee. Ik zit nog steeds op youtube. Ik heb inmiddels meerdere sensationele programma´s van RTL gezien, en weet nu dat Humberto Tan Frans spreekt.
Kwart voor twee. Verder gaan met lezen.
Twee uur. Ik bedenk me dat ik een badmuts nodig heb. Ik kijk op badmutsen.nl
etc
etc
Ik houd een pauze, wat betekent dat ik op youtube ga kijken.
Het is half twee. Ik zit nog steeds op youtube. Ik heb inmiddels meerdere sensationele programma´s van RTL gezien, en weet nu dat Humberto Tan Frans spreekt.
Kwart voor twee. Verder gaan met lezen.
Twee uur. Ik bedenk me dat ik een badmuts nodig heb. Ik kijk op badmutsen.nl
etc
etc
Abonneren op:
Posts (Atom)