woensdag 9 oktober 2013

Het koddig en voddig leven

Ik zit in het tuintje van mijn moeder. Er klinkt een geluid van een insect, dat ik niet kan plaatsen. De poes ook niet, maar hij komt overeind en springt eropaf. En hij mist. Dan gaat hij liggen. Genoeg gedaan voor vandaag.
Ik zou dat nooit kunnen. Als ik overeind kom, wordt ik meteen bezeten door de drang tot presteren, en die drang nekt me. Dus sta ik helemaal niet op en kijk ik TV-series in plaats van dat ik blogs schrijf. In een interview met Micha Wertheim las ik dat hij het tijdens zijn studie zo intimiderend vond, dat hij alleen te maken kreeg met werken (geschriften, wetenschappelijke artikelen) die al af zijn. Je ziet nooit de weg die afgelegd is, voor de teksten voltooid en zo goed werden. En dat maakt dat al je pogingen op dit gebied doffe echo's lijken. Het is misschien naief, maar pas sinds kort is het tot me doorgedrongen dat er waarschijnlijk ook een fase is geweest dat W.F. Hermans, Willem Elsschot en wie weet zelfs Anton Tsjechov slecht of matig schreven (al zou de eerste dit dunkt mij stellig ontkennen). Dit inzicht kreeg ik doordat wij tijdens college bezoek kregen van een schrijver, die we mochten bestoken met vragen. Ik vond zijn verhalen erg mooi en sic. Uit zijn verhaal bleek echter een schrijfproces wat weinig vlekkeloos was. Sterker, hij heeft voor zijn 30e nooit wat gepubliceerd omdat hij het zichzelf zo slecht vond. Plus, hij vond schrijven een ambacht, iets wat je al doende leert, en hij vond niet dat hij de kwaliteit van zijn romans aan een fabelachtige bevlieging dankte.
Er is niets romantisch aan schrijven. En ik ben het eens met W.F. Hermans wanneer hij zegt dat de schrijvers die een egodocument van romantisch schrijverschap publiceren een gebrek aan fantasie hebben (je kent ze wel, ze gaan over sigaartjes roken in Parijs, avances met beroemde actrices  in een 'dof voorjaarslicht', het hebben van een voorkeur voor wodka i.p.v. jenever en voor katten i.p.v. honden, boeken waarin het snel inwisselen van vrouwen dient bij te dragen aan de prestige van het hoofdpersonage c.q. de schrijver, een oppervlakkige gewoonte die ze zelf echter verslijten voor een antiburgerlijke ongedurigheid*).

Waar ik heen wil, is dat ik al een maand niks heb geschreven, en dat enerzijds mijn natuurlijke moedeloosheid wat talent en schrijven betreft een oorzaak is, maar ook mijn huidige studie. Altijd dingen die al af - Ik doe wat mijn kat nu zou doen. Kapow!

* Een zin zo lang en kut dat het een schande is dat ik hem niet aanpas. Eens mens mag niet te veel van zichzelf verwachten.